Ik heb net gedoucht. Mijn haren zijn nog nat. Mijn benen voelen nog moe van de vorige avond; meters af gelegd op het terras. Eerst een kop koffie en een flinke bak yoghurt met muesli.

Op de radio hoor ik een item over de geur van de zee. Normaal gesproken zap ik snel weg als s ’ochtends  mijn rustige huiskamer zich vult met teveel woorden. Eerst wil ik nog even rust, maar voor dit item zet ik het volume wat luider. Een bioloog licht toe wat we nou eigenlijk ruiken als onze voeten het zand raken. Een geur waar ik vaak genoeg naar verlang of is het het gehele plaatje wat “gedragen” wordt door deze geur?

Het romantische beeld valt in 1000 stukken als de bioloog vertelt dat het de algen zijn die we ruiken; de geur die wij koppelen aan zilt maar vanzelf dus ook aan lange strandwandelingen, aan spelen in de golven, aan roze rode oranje zonsondergangen, aan krijsende meeuwen , aan staren over een langgerekt uitzicht, aan wegdromen. Hij vertelt verder dat zoutgeurloos is. Ik  had dat moeten weten, maar toch. In het voorjaar ruiken we de zee het extreemst omdat de temperatuur van het water dan kouder is en meer algen bevat en dus dan meer geur af geeft. Het tast zelfs de lak van je auto aan.

Ok, dit gaat mij  te ver. Ik zet een muziekje aan. Nu moet ik me ook nog zorgen gaan maken als ik op een vrije dag met de auto het strand op zoek om nota bene m’n hoofd leeg te maken van zorgen.

Toch laat het me niet los. Als ik een uur later de deur uitstap veegt een gemeente-reinigings-meneer met zijn grasmaaier het trottoir schoon. Onkruid, uitgetrapte sigarettenpeuken, snoepwikkels, krantpapier en een beetje gras waait de lucht in. Is dit dan de lucht die een stedeling zoals ik, koppel aan de geur van pas gemaaid gras? Ik denk aan de Gruner Veltliner (gras en lente) en de Pouilly Fumé (zilt) die klaar ligt in de wijnkoeling. Waar zijn onze geuren nog op gebaseerd? Wordt een stadse sommelier terug geworpen op zijn herinneringen en in hoeverre is dit nog gebaseerd op waarheid. Of zullen we onze wijnomschrijvingen moeten aanpassen? De diesel van de rondvaartboot, een warme dag op CS, de wasserette op de hoek tijdens spitsuur, het Vondelpark na een heftige regenbui , de bakker die al aan het werk is waar jij langs fietst na een wilde stap-avond, de portier van Paradiso die vraagt of je je nu écht richting uitgang wilt begeven. Het maakt het allemaal een stuk minder romantisch, maar wel herkenbaarder. Of zijn het juist  geuren die ons laten verlangen naar een plek waar we niet zijn?

Ik stap Raz in. De croissantjes komen net de oven uit en Aafke zet een espresso voor mijn neus. De geur van een nieuwe heerlijke dag. 

Comment