Koningsdag: de jaarlijks terugkerende dag van verbazing met de nodige “nadruppel” dagen.
Koningsdag 2017 verloopt soepel. Mijn team is blij. Ze werken hard. Ook nemen ze gewoontetrouw alle dronken voorbijgangers in de maling. Dat mag en hoort op deze dag.

Wessel en ik staan samen achter de bar. Het is al laat. De Jordaan loopt leeg en de Amsterdammers die nog geen zin hebben om naar huis te gaan verzamelen zich bij ons voor hun laatste ronde. Aan de bar lurken ze aan gin-tonics en kramen nog wat onzin en sterke verhalen uit. Met een glimlach zetten we de muziek  even wat harder om dat gebrabbel niet aan te hoeven horen.
Een nog oplettende gast wijst mij er op dat het herentoilet alle lange tijd bezet is. “Misschien moeten jullie even een kijkje gaan nemen”.
Nu is de regel binnen Raz  dat de ‘jongens’ verantwoordelijk zijn voor het herentoilet en de ‘meisjes’ voor het damestoilet. Dus ik nodig Wessel uit om even polshoogte te gaan nemen.
Gelukkig is de deur niet op slot en wat ziet hij………….  een in slaap gevallen jongen met zijn broek op zijn enkels. Wessel stoot een paar keer de deur tegen hem aan om hem wakker te schudden en vraagt hem vriendelijk maar dringend om deze afdeling te verlaten. Vervolgens stapt Wessel lachend maar ook lichtelijk geïrriteerd weer achter zijn bar. Opgelost, denkt hij.
Dan begint een enorme stank bezit te nemen van de bar. En waar is die toiletman? Nog geen glimp van gezien. Hoofdschuddend herhaalt Wessel zijn actie. Pas na de derde keer komt de stank-dader, zich van geen kwaad bewust, van het toilet.
Inmiddels is  al mijn geduld tot het nulpunt gedaald; door de intens afgrijselijk stinkende geur functioneer ik niet meer. Ik grijp  het “stinkdier” bij zijn nekvel en vertel hem toch dringend……"dat ik hem hier nooit meer wil zien, dat dit onmenselijk is, dat je dit niet flikt als je ergens te gast bent, dat hij zijn eigen toilet kan gaan opzoeken, dat hij………. grrr. Eruit!“.
Wessel haalt intussen van alles uit de kast om de stank te verdrijven: lucifers aansteken, haarspray spuiten, chloor. Maar ….. wat blijkt, niets helpt. De stank blijft.  
Een vaste gast wijst mij erop dat er in de hoek van het toilet nog iets zwarts ligt.
Ik kijk Wessel aan, maar die draait snel zijn hoofd weg. Hij heeft het opeens te druk met zijn cocktailbestellingen.
Mij rest dan niets meer om gewapend met een paar plastic handschoenen en een theedoek voor mijn neus de plek des onheils te betreden.
En wat zie ik?????
Onze ‘kortstondige gast’ heeft bij wijze van souvenir zijn vol-gepoepte onderbroek bij ons achter gelaten met alle sporen van dien. Ik deponeer zijn erfenis in de container en laat de chloor rijkelijk vloeien. Dan… eindelijk rust!!
Kort erna sluiten we onze deuren en vieren we, samen met het nagebleven team, nog dunnetjes de verjaardag van onze koning, draaien we plaatjes en dansen we zijn koningsdag uit.

De volgende dag kom ik peinzend tot het besef waarom we dit soort uitschieters nooit meer moeten doen maar….. we helpen elkaar de dag door.
Totdat ik er op attent wordt gemaakt dat er, in de kelder,  water onder de vriezers vandaan komt.  Ik heb echter maar weinig tijd voor mijn inspectie; er wacht een groep die een tafel gereserveerd heeft op het luik van de kelder.
Tijdens het servies tollen tegengestelde gedachtes door mijn hoofd. ”Blijf alsjeblieft zo lang mogelijk dan hoef ik de kelder niet in” en “Ga alsjeblieft, hoe langer dit duurt hoe later ik naar bed mag”. Ik besluit het van mij af te zetten. Als de koffieronde al ver achter ons ligt en alle digestieven genuttigd zijn strompelen mijn gasten naar huis.
Langzaam open ik het kelderluik. Ik aanschouw een kleine tsunami.  Het water wat onder de vriezers vandaan kwam heeft zich meer dan verdubbeld. Als ik de keldertrap afdaal sta ik tot mijn enkels in het water. Er zit niets anders op dan te gaan dweilen en alle opslag een plek te geven om te drogen.
Als mijn collega naar het toilet gaat en doorspoelt zie ik het water via de afvoer de kelder binnen stromen. Dan besef ik dat ik tot mijn enkels in het rioolwater sta. Helaas gelden in de kelder geen jongens- of meisjesregels. Hier is slechts één regel van toepassing: niet nadenken, pompen, dweilen, boenen, drogen en…….. hopen dat de bovenburen in de nacht niet naar de wc gaan dan blijft het in ieder geval een poosje droog.
2 uur verder leg ik mijn bonzende hoofd te rusten op de bar. Een goede vriend komt nog even langs. Er wordt geen woord gezegd. Hij kent me. Stil zijn en voldoende afstand houden. Ik weet alleen niet of dat nu zelfbescherming is of dat hij dat doet om mij te plezieren.

De volgende ochtend staar ik uit mijn raam en nuttig mijn ochtendkoffie.  Naast mijn fiets zie ik de hond van de buren stil staan. Hij zakt door zijn achterpoten.
NEE !!!! …….. vandaag trap ik er niet in. 

 

Comment