SHIT.

Comment

SHIT.

Koningsdag: de jaarlijks terugkerende dag van verbazing met de nodige “nadruppel” dagen.
Koningsdag 2017 verloopt soepel. Mijn team is blij. Ze werken hard. Ook nemen ze gewoontetrouw alle dronken voorbijgangers in de maling. Dat mag en hoort op deze dag.

Wessel en ik staan samen achter de bar. Het is al laat. De Jordaan loopt leeg en de Amsterdammers die nog geen zin hebben om naar huis te gaan verzamelen zich bij ons voor hun laatste ronde. Aan de bar lurken ze aan gin-tonics en kramen nog wat onzin en sterke verhalen uit. Met een glimlach zetten we de muziek  even wat harder om dat gebrabbel niet aan te hoeven horen.
Een nog oplettende gast wijst mij er op dat het herentoilet alle lange tijd bezet is. “Misschien moeten jullie even een kijkje gaan nemen”.
Nu is de regel binnen Raz  dat de ‘jongens’ verantwoordelijk zijn voor het herentoilet en de ‘meisjes’ voor het damestoilet. Dus ik nodig Wessel uit om even polshoogte te gaan nemen.
Gelukkig is de deur niet op slot en wat ziet hij………….  een in slaap gevallen jongen met zijn broek op zijn enkels. Wessel stoot een paar keer de deur tegen hem aan om hem wakker te schudden en vraagt hem vriendelijk maar dringend om deze afdeling te verlaten. Vervolgens stapt Wessel lachend maar ook lichtelijk geïrriteerd weer achter zijn bar. Opgelost, denkt hij.
Dan begint een enorme stank bezit te nemen van de bar. En waar is die toiletman? Nog geen glimp van gezien. Hoofdschuddend herhaalt Wessel zijn actie. Pas na de derde keer komt de stank-dader, zich van geen kwaad bewust, van het toilet.
Inmiddels is  al mijn geduld tot het nulpunt gedaald; door de intens afgrijselijk stinkende geur functioneer ik niet meer. Ik grijp  het “stinkdier” bij zijn nekvel en vertel hem toch dringend……"dat ik hem hier nooit meer wil zien, dat dit onmenselijk is, dat je dit niet flikt als je ergens te gast bent, dat hij zijn eigen toilet kan gaan opzoeken, dat hij………. grrr. Eruit!“.
Wessel haalt intussen van alles uit de kast om de stank te verdrijven: lucifers aansteken, haarspray spuiten, chloor. Maar ….. wat blijkt, niets helpt. De stank blijft.  
Een vaste gast wijst mij erop dat er in de hoek van het toilet nog iets zwarts ligt.
Ik kijk Wessel aan, maar die draait snel zijn hoofd weg. Hij heeft het opeens te druk met zijn cocktailbestellingen.
Mij rest dan niets meer om gewapend met een paar plastic handschoenen en een theedoek voor mijn neus de plek des onheils te betreden.
En wat zie ik?????
Onze ‘kortstondige gast’ heeft bij wijze van souvenir zijn vol-gepoepte onderbroek bij ons achter gelaten met alle sporen van dien. Ik deponeer zijn erfenis in de container en laat de chloor rijkelijk vloeien. Dan… eindelijk rust!!
Kort erna sluiten we onze deuren en vieren we, samen met het nagebleven team, nog dunnetjes de verjaardag van onze koning, draaien we plaatjes en dansen we zijn koningsdag uit.

De volgende dag kom ik peinzend tot het besef waarom we dit soort uitschieters nooit meer moeten doen maar….. we helpen elkaar de dag door.
Totdat ik er op attent wordt gemaakt dat er, in de kelder,  water onder de vriezers vandaan komt.  Ik heb echter maar weinig tijd voor mijn inspectie; er wacht een groep die een tafel gereserveerd heeft op het luik van de kelder.
Tijdens het servies tollen tegengestelde gedachtes door mijn hoofd. ”Blijf alsjeblieft zo lang mogelijk dan hoef ik de kelder niet in” en “Ga alsjeblieft, hoe langer dit duurt hoe later ik naar bed mag”. Ik besluit het van mij af te zetten. Als de koffieronde al ver achter ons ligt en alle digestieven genuttigd zijn strompelen mijn gasten naar huis.
Langzaam open ik het kelderluik. Ik aanschouw een kleine tsunami.  Het water wat onder de vriezers vandaan kwam heeft zich meer dan verdubbeld. Als ik de keldertrap afdaal sta ik tot mijn enkels in het water. Er zit niets anders op dan te gaan dweilen en alle opslag een plek te geven om te drogen.
Als mijn collega naar het toilet gaat en doorspoelt zie ik het water via de afvoer de kelder binnen stromen. Dan besef ik dat ik tot mijn enkels in het rioolwater sta. Helaas gelden in de kelder geen jongens- of meisjesregels. Hier is slechts één regel van toepassing: niet nadenken, pompen, dweilen, boenen, drogen en…….. hopen dat de bovenburen in de nacht niet naar de wc gaan dan blijft het in ieder geval een poosje droog.
2 uur verder leg ik mijn bonzende hoofd te rusten op de bar. Een goede vriend komt nog even langs. Er wordt geen woord gezegd. Hij kent me. Stil zijn en voldoende afstand houden. Ik weet alleen niet of dat nu zelfbescherming is of dat hij dat doet om mij te plezieren.

De volgende ochtend staar ik uit mijn raam en nuttig mijn ochtendkoffie.  Naast mijn fiets zie ik de hond van de buren stil staan. Hij zakt door zijn achterpoten.
NEE !!!! …….. vandaag trap ik er niet in. 

 

Comment

FREDDY.

Comment

FREDDY.

Al vanaf dag 1 is hij er. Vanaf de dag dat Razmataz haar deuren opent. Hij hoort bij het plein, bij de buurt. In die 8 jaar wissel ik, denk ik, niet meer dan 100 woorden met hem. Een blik, een knikje is voldoende. In ieder geval voldoende genoeg om hem een figuranten-hoofdrol te geven in de zaak.

In de beginjaren komt hij binnen om goedkeuring te krijgen over zijn tenue; past zijn stropdas bij zijn blouse?, past zijn blouse bij zijn broek?, past zijn broek bij zijn schoenen? en de hoed?.

Er zijn dagen dat hij wel 3 keer per dag binnen komt in een geheel andere outfit. Er zijn dagen dat ik hem aan de overkant van de straat in de buurt tegen kom en dat hij boos op me wordt omdat ik hem geen gedag zeg. Er zijn dagen dat hij op ‘zijn bankje’ in de zon zit en mij geen blik waardig gunt. Gewoon, omdat hij niet elke dag zit te wachten op contact. Hij heeft dan genoeg aan zijn eigen bestaan. Ik begrijp hem. Misschien is dat de rede dat ik hem mag.

Vaak schuifelt hij s ’nachts nog over het terras en vraagt dan terloops hoe laat ik er morgen weer denk te zijn. Als ik dan 1 uur antwoord  dan zit hij al vanaf 11 uur de volgende ochtend op mij te wachten. “Nee, hij wil niet geholpen worden” zegt hij dan tegen mijn collega’s die er al eerder zijn, “ik wacht”!. Als ik m’n fiets op slot zet wenkt hij mij al. Dan geef ik hem een plankje met speciaal voor hem uitgekozen kaas voor een voor hem speciale prijs. Vervolgens trekt hij daarna 3 uur uit om in de zon op het terras “zijn menu” te verorberen.

De dag dat hij 70 wordt laat hij zijn paspoort zien aan iedereen die maar een klein momentje op de dag over heeft, even wat aandacht voor hem heeft. Hij straalt!! Een jarige job zonder woorden of toespraak.

De laatste 2 jaar gaat het steeds een beetje slechter met hem. Ik keur geen stropdassen meer, geen blouse, geen broek, geen schoenen. Ik wijs hem voorzichtig op het feit dat hij zijn t-shirt even over zijn buik moet trekken. Ik geef hem s’ nachts brood en beleg overgehouden van de avond. Hij zoekt in de asbakken naar halve sigaretten. De grapjes worden minder, zijn aanwezigheid wordt grijzer en zwaarder. De levenslust, lijkt het, heeft de benen genomen.

Op een zekere middag komt hij lunchen, met een jongere dame. Zij stelt zich voor als zijn zus. Als hij naar het toilet gaat neem ik haar stiekem even apart; ik wil niet dat hij weet dat ik me zorgen maak. Ze vertelt me dat het slecht met hem gaat sinds zijn buurvrouw, zijn maatje,  overleden is. Hij heeft geen zin meer.

De zorg die hij nodig heeft wordt steeds verder uitgebreid, mede door zijn extreme suikerziekte.  

Ik heb hem nog nooit iets anders dan cola zien drinken.

Een week later komt de buurtregisseur van politie ik die ik al eerder heb ingeschakeld om mijn ‘vriend’ een beetje in de gaten te houden bij mij langs. “Freddy is voor zijn deur in elkaar gezakt.”

Vanaf dat moment is zijn bankje leeg.

We zijn stil.

Een paar dagen later komt Robin naar mij toe vanuit de bar als ik in het restaurant aan het opdekken ben. “Er is een dame  de bar binnen gekomen, ze is nogal in de war, ze zit nu op het toilet, kan jij… eh…. ik ben hier niet zo goed in”.

De dame vertelt me al frunnikend en bladerend in haar totaal volgeschreven notitieboekje dat ze zo eenzaam is, dat haar hondje van haar afgenomen is, dat haar cavia een kooi nodig heeft, dat het geen zin meer heeft om uit bed te komen, dat ze geld heeft geleend van de buurman, dat die stemmen steeds komen als ze alleen is, dat ze daarom niet meer naar huis wil, dat haar begeleider haar telefoontjes niet beantwoordt”.

Ik bel de buurtregisseur. “Aha, mevrouw Jansen, ja, we komen er aan”. Als de agenten arriveren herhaalt ze haar verhaal wel drie keer om hen proberen te overtuigen haar op te laten nemen. Ze weet alle opvang-adressen van Amsterdam uit haar hoofd.  Maar meer dan een escorte naar huis krijgt ze echter niet, “als ze vanavond weer terug komt kunnen jullie gerust weer bellen”.

En zo herhaalt de geschiedenis zich en gaan we gewoon verder waar we gebleven zijn. Buren blijven elkaar missen en soms vangen wij op.    

 

Comment

Geur.

Comment

Geur.

Ik heb net gedoucht. Mijn haren zijn nog nat. Mijn benen voelen nog moe van de vorige avond; meters af gelegd op het terras. Eerst een kop koffie en een flinke bak yoghurt met muesli.

Op de radio hoor ik een item over de geur van de zee. Normaal gesproken zap ik snel weg als s ’ochtends  mijn rustige huiskamer zich vult met teveel woorden. Eerst wil ik nog even rust, maar voor dit item zet ik het volume wat luider. Een bioloog licht toe wat we nou eigenlijk ruiken als onze voeten het zand raken. Een geur waar ik vaak genoeg naar verlang of is het het gehele plaatje wat “gedragen” wordt door deze geur?

Het romantische beeld valt in 1000 stukken als de bioloog vertelt dat het de algen zijn die we ruiken; de geur die wij koppelen aan zilt maar vanzelf dus ook aan lange strandwandelingen, aan spelen in de golven, aan roze rode oranje zonsondergangen, aan krijsende meeuwen , aan staren over een langgerekt uitzicht, aan wegdromen. Hij vertelt verder dat zoutgeurloos is. Ik  had dat moeten weten, maar toch. In het voorjaar ruiken we de zee het extreemst omdat de temperatuur van het water dan kouder is en meer algen bevat en dus dan meer geur af geeft. Het tast zelfs de lak van je auto aan.

Ok, dit gaat mij  te ver. Ik zet een muziekje aan. Nu moet ik me ook nog zorgen gaan maken als ik op een vrije dag met de auto het strand op zoek om nota bene m’n hoofd leeg te maken van zorgen.

Toch laat het me niet los. Als ik een uur later de deur uitstap veegt een gemeente-reinigings-meneer met zijn grasmaaier het trottoir schoon. Onkruid, uitgetrapte sigarettenpeuken, snoepwikkels, krantpapier en een beetje gras waait de lucht in. Is dit dan de lucht die een stedeling zoals ik, koppel aan de geur van pas gemaaid gras? Ik denk aan de Gruner Veltliner (gras en lente) en de Pouilly Fumé (zilt) die klaar ligt in de wijnkoeling. Waar zijn onze geuren nog op gebaseerd? Wordt een stadse sommelier terug geworpen op zijn herinneringen en in hoeverre is dit nog gebaseerd op waarheid. Of zullen we onze wijnomschrijvingen moeten aanpassen? De diesel van de rondvaartboot, een warme dag op CS, de wasserette op de hoek tijdens spitsuur, het Vondelpark na een heftige regenbui , de bakker die al aan het werk is waar jij langs fietst na een wilde stap-avond, de portier van Paradiso die vraagt of je je nu écht richting uitgang wilt begeven. Het maakt het allemaal een stuk minder romantisch, maar wel herkenbaarder. Of zijn het juist  geuren die ons laten verlangen naar een plek waar we niet zijn?

Ik stap Raz in. De croissantjes komen net de oven uit en Aafke zet een espresso voor mijn neus. De geur van een nieuwe heerlijke dag. 

Comment

Loes.

Comment

Loes.

Het is een regenachtige zaterdag. Een avond waarvan je  denkt, als ik vrij ben kruip ik met een dekentje op de bank, zet ik een goede ‘food movie’ op en laat ik een pizza bezorgen.
Het boek van de reserveringen staat vol, maar niet één tafel dubbel geboekt; alles komt gespreid binnen.
Samen met Loes, waarmee ik de avond zal draaien, besluit ik de andere collega’s af te bellen. Oscar staat achter de bar, James zal nog komen runnen en de rest kunnen we wel saampjes af. Een uitdaging maar een beetje spanning is best gezond.
Staff food is een enorme pan “pasta carbonara”, de juiste bodem voor een avond flink doorlopen. Loes eet haar bord niet leeg maar de twee dubbele espresso’s die hierop volgen slaat ze niet af.
Het chefsmenu is besproken, de bijpassende wijnen staan klaar, de kaarsen branden en de eerste gasten stappen over de drempel……. timing !!!
Al snel moeten we schakelen naar onze derde versnelling. De voordeur blijft open zwaaien. Om 19 uur zit het restaurantvol en moet een groot gedeelte van de reserveringen deze tafels nog later op de avond afwisselen.
Je verwacht totale paniek, hectiek, vuur, chaos. Maar het loopt anders; rust, hand in hand met een georganiseerde bruis.

Alles klopt.

Alle wijnen worden open getrokken. Iedereen kiest voor het chefsmenu,  4, 5, 6 gangen. Wij mogen kiezen wat onze gasten willen drinken. Verhalen over de wijnen zoemen door het restaurant.
Een stelletje wat eigenlijk alleen voor een hoofdgerecht binnen stapt gaat pas na 4 gangen weer naar huis. Ze complimenteren ons,” het voelt alsof we thuis zaten maar dan met bediening en heerlijk eten”.
Soms heb je van zulke avonden, dat alles klopt.
Een collega stapt via de salon binnen, steekt zijn hoofd om de hoek van het restaurant en vraagt met twinkelende oogjes wat er aan de hand is. Ik kijk hem vragend aan. Hij zegt: “ die vibe die hier hangt als je binnen komt! Het voelt als een warm bad waarbij de kraan nog niet dicht gedraaid is”. Ik kijk trots Loes aan. Een stiekeme high five in de spoelkeuken als we elkaar daar weer kruisen.
Om 12 uur tapt Oscar ons een motivatie-fluitje in. We zijn “bere” trots op deze avond.
Loes kijkt me grinnikend aan. Ze biecht me op dat ze maar 2 uur had geslapen. Tot 13 uur die middag had ze die middag nog in” de School” staan dansen.
“Wat?! Maar… je stemde er zelf mee in om samen deze avond te draaien…”.
Loes: “Ja, ik had ook liever met een dekentje op de bank willen zitten, maar als ik hier dan toch ben, dan kan ik er maar beter voor zorgen dat er geen mogelijkheid is om in te zakken…”.
“Maar… waarom zeg je me dit nu pas?”
Loes: “Je hebt toch niets gemerkt? Anders zou je me niet serieus nemen… “.
“Maar… hoe dan?”
Loes: “Ik ben gewoon een paar keer tijdens servies bij Oscar achter de bar zachtjes gaan huilen en dat luchtte dan wel weer op.
“Maar… chef, Loes heeft maar 2 uur geslapen…”
Chef:” ja, weet ik.  Waarom denk je dat ik pasta carbonara maak?  Dat doe ik ook niet voor m’n lol!”.
“Maar… iedereen wist hier dus van… behalve ik?!”
“Yep! “

Die Loes, wat een tijger, wat een vakvrouw.
Die komt er wel.

 

 

Comment

Paris, j'ai faim...!

Comment

Paris, j'ai faim...!

Het is vrijdagnacht 03 uur. De laatste gasten schuifelen waggelend de deur uit, de bar wordt gepoetst en met het kleine beetje energie dat ons nog rest schenken we elkaar een welverdiend, koud biertje in. Dit is het moment waarop je maag een knorrend geluid geeft. Na een werkdag van 12 uur kan je eindeloos fantaseren over hamburgers, boterhammen met pindakaas, dik belegde tosti’s met mayonaise, Steak Bearnaise of Eggs Benedict. Derek oppert naar zijn huis te gaan, om daar met nog wat kliekjes uit de koelkast een omelet te bakken. Denkend aan de fietstocht voorafgaand aan de omelet,  juicht niemand het plan toe. Het gesprek kabbelt voort en alle lievelingsrestaurants met de daarbij bijbehorende signature dishes worden genoemd. Niet goed voor de honger, die ons nu echt in de ban heeft.  Plots roept iemand “waarom gaan we niet naar Parijs en eten we daar alles wat los en vast zit?” Ja, waarom niet? Zo gezegd, zo gedaan. Binnen 5 minuten zitten we in de auto en met het passeren van de grens Nederland-België komt het besef. De honger zal nog lang niet gestild worden en de vermoeidheid begint parten te spelen. Waar zijn we aan begonnen? We nemen de afslag Gent en om 6 uur in de ochtend rijden we een nog slapende stad in. Met een strakblauwe lucht en een nog zwakke ochtendzon aan de horizon, wijst een krantenbezorger ons de weg naar een parkeergarage. Klokslag 07 uur zitten we aan het ontbijt in het Mariott hotel; veel koffie, verse sappen, warme broodjes en alle soorten beleg die je je maar bedenken kan… Op ons verzoek wordt de Eggs Benedict buiten de kaart om gemaakt. We eten ons buikje rond en na een slenterende stadswandeling rijden we terug naar Amsterdam, er moet die avond helaas nog gewerkt worden. Jammer dat we Parijs nooit gehaald hebben, maar het avontuur heeft ons gegrepen.

 Enkele weekenden later volgt de herkansing. 24 uur Parijs. Zaterdagochtend om 5 uur verzamelen bij Raz. Mijn late sluitdienst geeft mij het voorrecht om met deken en kussen op de achterbank te kruipen. Derek rijdt, Mies navigeert en Yvon zorgt voor het entertainment. In België hebben we onze eerste stop met croissantjes en verse jus d’orange. Deze 2 dagen staan in het teken van ‘alles wat lekker is opeten, veel proosten en vooral genieten’.

Om 11 uur rijden we Parijs in. De Air BnB is pittoresk en gelegen in een buurt die het beste bij ons past: omringd door bistro’s en cafés. De zon schijnt op onze vermoeide gezichten, maar de Parijzenaren lachen ons tegemoet. We slenteren de stad door. Yvon heeft haar Eiffeltoren-primeur. Derek legt alles vast op zijn GoPro en Mies laat haar liefde voor macarons de vrije loop gaan. Ik zwijmel weg en denk terug aan al mijn voorgaande bezoekjes aan deze prachtige stad. Natuurlijk passeert die ene verkering de revue. Iedereen gaat met z’n liefje naar La Ville D’Amour. Hand in hand langs de Seine, kussen op de Ponts des Arts, een portret laten vereeuwigen op de heuvel van Montmartre, een stokbrood breken in Jardin du Luxembourg en elkaar diep in de ogen kijken na een cultureel bezoek aan het Louvre. Het zou zo mooi moeten zijn, jij en ik, de rest van de wereld om ons heen vergeten, in dat moment, het enige wat telt… Gedver. Ik krijg er nog jeuk van, wat een cliché, romantiek in Parijs. Ammahoela! Het stokbrood heeft mijn darmen van slag gemaakt. De nuchterheid wint. Die keer dat ik Parijs bezocht in mijn eentje, de blaren onder mijn voeten heb gewandeld omdat ik overal tegelijk wilde zijn, dat was pas ultiem!  

 Mijn knorrende maag brengt me terug naar de realiteit. We ploffen neer op een terras en bestellen charcuterie, fromage, foie gras en pastis! Ik flirt wat met onze gastheer, niet al te knap, maar hij brengt ons goed eten en heerlijk koude drankjes. We zijn in Parijs en bij mij gaat nou eenmaal de liefde door de maag, ik kan er niets aan doen. Ik ben domweg het gelukkigst met een bord vol lekker eten voor me en een goed glas wijn.

 Die avond drinken we bier op het gras voor de Sacré Cœur, zwijmelen we weg bij een knappe Parijse straatmuzikant, eten Côte de Boeuf met Sauce Béarnaise, drinken nog meer Franse wijn en verorberen we ijsjes alsof we weer kind zijn. We voelen ons thuis in deze stad die ons met open armen ontvangt.

De volgende ochtend is het eerste wat we in koor roepen: “CROISSANTS!”. Een zoektocht naar de beste boulangerie brengt ons naar Montmartre. Terwijl wij, de dames, genieten op een bankje in de zon wacht Derek, onze ontbijt-gastheer in de rij die tot buiten de winkel staat. Even later komt Derek ons weer tegemoet. Perfect in stijl, met blauw-wit gestreept shirt, korte broek, een baguette onder zijn arm en een zak vol vers gebakken croissants! We genieten van dit typisch Franse ontbijt en laten Parijs nog even op ons inwerken…

In de middag zijn we uitgenodigd voor een gin proeverij bij Distillerie de Paris. We mengen ons tussen de kenners van wijn, calvados, cognac en gin en we doen hun verbazen als wij ons verhaal vertellen. 50 soorten gin op de plank, en we willen altijd blijven vernieuwen. Maar nu zijn we in Parijs om te eten, te drinken… en te genieten.

 De proeverij heeft ons wederom hongerig gemaakt. De planken charcuterie en fromage komen op tafel.  ‘Goddelijk’ roepen we bij een schapenkaas ingelegd met truffel. Met een bezoek aan een delicatessenwinkel waar we onze ogen uitkijken en onze tassen vullen, sluiten we ons avontuur af.

Die avond zitten we weer in de auto, terug naar Amsterdam. De Franse radio loodst ons de nacht door en als we Raz weer binnen stappen vinden we daar uitgeteld de crew die die dag gewerkt heeft. We zetten de bar vol met alle macarons, eclairs, rillettes, terrines en patés die nog over zijn van ons flitsbezoek. Hun knorrende magen zijn ons dankbaar en wij fantaseren alweer over truffels zoeken in Piemonte…

 

Ook zo'n zin in avontuur? Bekijk nu de agenda van deze maand!

Comment

Een nieuw avontuur!

Comment

Een nieuw avontuur!

“Iets met komkommer”. We krijgen een mooie apothekers fles toegeschoven van een bevriende slijter. “Laat maar weten wat je ervan vindt”, zegt hij nonchalant tegen me.

Diezelfde avond nog trekken we de kurk van de fles en zonder enige kennis van zaken schenken we er een flesje Kinley tonic bij en laten we er een schijfje komkommer in glijden. Net voordat ik een slok neem ruik ik nog even aan de inhoud van de fles. Er zijn veel momenten in mijn drukke bestaan dat ik soms wat aarzelend een mening vorm, dat ik op zoek ben naar een goede conclusie en dat de twijfel dan juist vaak toeslaat. Zo’n moment was dit niet. Dit was goed. Heel goed.
Het was stil aan de bar, iedereen keek elkaar aarzelend aan. Een gevoel van geluk, ontlading, een flirt. Het plezier van iets voorgeschoteld krijgen wat je niet kent. In dat moment overkwam het ons allemaal. Je moet er meer voor betalen dan je gewend bent, en dan laat je er ook nog een schijf komkommer in drijven? Moeten we dit willen? De bartender was direct overtuigd en zijn enthousiasme verspreidde zich al snel. Al was het soms met een scheef oog. Een tweede slok volgde en het moment dat de vloeistof de smaakpapillen ontmoette was raak. Alle twijfels werden aan de kant gezet en de nacht bleek nog lang niet voorbij…

De flessen Hendrick’s waren niet aan te slepen! Nog steeds onwetend bestelde ik enkele weken later blind 3 flessen gin bij onze leverancier. Ergens had ik iets gehoord over een gin met een aapje. Ik liet me verleiden door de uitstraling van de fles en koos de drie mooiste uit. Geen idee wat de inhoud ons zou brengen. Soms is liefde op het eerste gezicht juist het lekkerst. Het werd Monkey 47, Filliers (later zou ik er achter komen dat de Belgen hier  zelfs een liedje voor hadden: ‘Filliers, Filliers, een glas vol pleziers…) en William Chase Elegant Crisp. Die vrijdagmiddag zette ik de flessen op de bar met daarop een post-it geplakt en de handgeschreven boodschap voor de bartender: “veel plezier, kijk maar of het wat is…”. Dat bewuste weekend bracht ik gezellig met vrienden door in een huisje op de heide. Bij mijn terugkomst op maandag stonden de drie flessen leeg op mijn kantoor. Ik rook aan de fles Monkey 47, waar nog enkele druppels de bodem van de fles raakten. Deze geur was nieuw voor me. Ik dacht nog stiekem ‘dit wil je elke avond over je hoofdkussen besprenkelen, met deze geur wil je in slaap vallen en wakker worden. Dit is goud.’

Ons enthousiasme was niet meer te houden! Hier moest een aparte kaart voor komen. Hier moesten planken voor vrij worden gemaakt in de barkast. Dit moest geschonken worden in bijzondere glazen. Dit moest iedereen kunnen proeven! Daar ging het gin-tonic avontuur van start! Nu ging het snel. Er werd een kaart samen gesteld met 15 soorten gin-tonic. We verdiepten ons in de smaken en combinaties. ‘15 days of Gin’ werd georganiseerd. Elke dag de lancering van een nieuwe gin. Dit om iedereen ervan te overtuigen hoe lekker dit bijzondere drankje wel niet was! Gasten verbaasden zich. De vraag die terug bleef komen was: “wat moet je in godsnaam met zóveel verschillende soorten?”. Maar de gin bleek niet aan te slepen! In de zomer van 2013 wisten we niet meer wat ons overkwam. Het was groots en meeslepend, maar we wilden meer. De verbazing over de diversiteit van dit drankje ging hand in hand met onze nieuwsgierigheid naar nieuwe gin. Zo ontdekten we steeds meer soorten en werd de kaart uitgebreid van 15 naar 33 en van 33 naar 50 gins. Er moesten extra vriezers worden aangeschaft voor de ijsblokjes. Er werd een stuk bar aangelast om meer ruimte te creëren en er kwamen meer koelkasten voor de tonics. Het sloeg aan, en dat merkten we aan alles! Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder en is de gin hype overgeslagen naar anderen. Ook al zijn we niet meer de enigen, wij blijven tot op de dag van vandaag op zoek naar nieuwe pareltjes om dit met iedereen te kunnen delen.

Toch wint de creativiteit het soms van het succes. Na 2,5 jaar toewijding aan gin-tonic zetten we er graag iets nieuws naast. Iets wat hand in hand gaat met onze pionier. Immers, we willen graag blijven verrassen, overhalen en vooral overtuigen. Dit weekend lanceerden we dan ook onze eerste Vermouth kaart. We hebben de herinneringen aan de wilde, laveloze nachten als ‘tiener-met-teveel-Martini-op’ achter ons gelaten, en zijn op zoek gegaan naar de vele malen betere varianten en de beste combinaties die hiermee te maken zijn. ‘Vermouth in een nieuw jasje’ kun je wel zeggen. Uiteraard werden er vraagtekens gezet bij dit plan: ‘wordt er dan vaak naar Vermouth gevraagd?”, vroeg een gast mij. Eerlijk, maar toch een tikkeltje nerveus antwoordde ik: “er heeft eigenlijk nog nooit iemand gevraagd naar het assortiment van Vermouth.”. Maar ik geloof dat ik de flirt aan de bar hiermee een extra knipoog kan geven, ieder mens blijft namelijk altijd op zoek naar verrassingen. PROOST!

Comment

KONINGSDAG: Be a King for one day

Comment

KONINGSDAG: Be a King for one day

De drukte van afgelopen weekend is overal voelbaar. Eigenwijs als ik ben is luisteren naar mijn lichaam geen optie deze ochtend en met spierpijn in mijn benen begin ik de dag. Eerst ontbijt en koffie organiseren. Hoe goed het ook altijd geregeld is bij Raz, hoe slecht het geregeld is bij mij thuis. Als ik de koelkast open is deze leeg, niet heel verrassend. Druk op de zaak betekent een bed-werk-bed-ritme. Na een verfrissende douche haast ik me naar Raz. Onderweg doet het oranje pijn aan mijn ogen, de toeters laten me schrikken en ik irriteer me mateloos aan de mensen van “voorbij Utrecht” die nietsontziend het fietspad blokkeren. Ik vraag me ernstig af hoe ik deze dag door ga komen. Een iets langer lontje vandaag was wel zo handig geweest, besef ik me.

Zodra ik het plein op fiets straalt de BIG SMILE van Jason me tegemoet. GOEDEMORGEN IRIS! Elk jaar begint hij zijn Koningsrondje met een glas prosecco bij Raz. Het ijs waar ik vanochtend mee wakker werd begint al een beetje te smelten.

Het wordt me al snel duidelijk. Koffie, energieke collega’s, een strakke organisatie en disco hitjes uit de boxen doen wonderen. Om half 3 verschijnen de eerste zonnestralen op het terras. We geven elkaar een high five, houden de adem in, billen tegen elkaar en daar gaan we dan…

Nog geen 7 uur later kijk ik weer om me heen. Koelkasten leeg, glasbakken puilen uit, bier op de barvloer en ik glimlach van oor tot oor. We proosten met een koud biertje op onze overwinning. Kampioen van onze eigen wedstrijd! Wat ben ik trots op iedereen!

Als alles weer terug op zijn plek staat en het zo schoon is dat het lijkt alsof er niets gebeurd is gaat er een fles goede wijn open. Iedereen pakt een barkruk en dan komen de verhalen.

Op een overvol terras vraagt een dame aan me “Wie wonen hier eigenlijk boven?”. Ik antwoord: “Allerlei verschillende mensen”. Dame: “Echt? Maar niet alleen studenten of zo?”. Ik: “Nee, gezinnen, starters, stelletjes, studenten, van alles en nog wat”. Dame: “Echt waar?? Nou dat had ik niet verwacht, hoor je dat Hans, gek hè?”

Diederick vraagt zich af hoeveel gasten hij aan de bar heeft gehad die hun bestelling één of meerder keren moesten herhalen: “Magik un birrr en tee zjintonic?”. Diederick: “Meneer, we hebben 51 Gin Tonics, u mag er één uitzoeken op deze kaart”.  (De arme man kon nog amper rechtop staan).

Vriendin 1: “Maar hoe wist je nou dat hij piloot was?”. Vriendin 2: “Nou, omdat hij tegen mij zei ‘ik ben piloot’ ”. Vriendin 1: “Oh”.

 
 

Even later wordt er vriendelijk aan mij gevraagd of ik een roze hempje wil kopen. Het kost maar 50 cent. “Nee”, antwoord ik kordaat. Maar het hempje was hem ook opgedrongen voor 50 cent, dus nu moest ik het maar van hem kopen…

“Hebben jullie ook een zittend mannen toilet?”.  Yvon: “?” Man: “niet een urinoir, maar een pot?”. Yvon: “Oh, ja, ik kom niet zo vaak in de heren toiletten, eens even kijken, Iris?”. Man komt terug van het toilet: “Wel jammer dat het licht zo snel vanzelf uit gaat op dit toilet, dan moet je zo blijven zwaaien”. Waarop Yvon antwoordt: ”Misschien moet je je bezoek dan gewoon wat inkorten meneer”.  

‘Be a King for one day’, dat was het thema voor dit jaar binnen Razmataz. Een kleine gast van 5 nam dat héél letterlijk toen hij schreeuwend binnen kwam en riep: “Bitterballen! Bitterballen, bitterbaaaalllllleeeeen!”.  Waarop Romy hem met opgetrokken wenkbrauwen vroeg of ze hem ergens mee van dienst kon zijn. “Ja, onze bestelling duurt een beetje lang… bent u ons vergeten?”.

Inmiddels is er een vriendin van Sam binnen gekomen. De glazen worden bijgevuld en de laatste stukken witte chocolade cheesecake worden opgelepeld. De verhalen worden nog wat meer aangedikt en de lach wordt luider.

Ik kijk om me heen, hard werkende Raz’zers, onderuitgezakt en voldaan. De vriendin van Sam heeft zich verplaatst naar achterin het café, waar ze in het donker heel wild Afrikaans aan het dansen is. We lachen er om. Een veertje van een oranje boa heeft zich met bier vast geplakt aan de deur van het toilet, pfffffff. Proficiat Willem, ik ben ook weer een jaartje ouder geworden vandaag.

Comment

Comment

Who the f*** is Iris?

Razmataz is... heel veel tegelijk. Waarin je door verschillende, sfeervolle ruimtes wordt meegenomen in de wereld van Iris Molkenboer: bazin, actrice, sociaal werker, eigenaresse, kinderoppas, sommelier, directeur, entertainer en vooral het gezicht achter Razmataz.

Benieuwd naar het hectische leven van Iris en de dagelijkse gang van zaken? Volg dan de maandelijkse blog waarin zij een kijkje zal geven in haar privé leven, welke dagelijks in teken staat van 'de zaak'. Grappige, gekke en soms ook ontroerende verhalen geven je een sneak preview van het leven 'achter de schermen'.

 

Comment